Stany Crets getuigt

Wat gaan we hieraan doen?

Zaterdagnamiddag, 20 februari.
Ik ging daarnet nietsvermoedend bloemen kopen.
Naar de markt.
In Antwerpen.
Het zonnetje scheen.
Ik kwam nog eens buiten.
Mijn zoon en dochter gingen mee.
We lachten en waren vrolijk.
Ik ging met de intentie om bloemen te kopen op de markt
en die aan iemand te schenken,
maar keerde terug met een koude huid en tranen in mijn ogen.

De Oude Vaartplaats, het Theaterplein, de Graanmarkt.
Werchter, Werchter, Werchter.

1000-en mensen die aten, dronken.
De regels werden niet gerespecteerd.
Geen mondmaskers.
Geen afstand.
Nul.
Nul.
Nul.

Ik stond daar en versteende.
Ik kreeg het letterlijk ijskoud.
Mijn kinderen beseften wat er aan de hand was.
Ik stond op het Theaterplein en mocht al een jaar niet werken.
Ik had de regels een jaar lang gerespecteerd.
Amper buiten geweest.
En ik zag plots een bijzonder groot deel van de maatschappij mij uitlachen.

1000-en mensen die het niet kon schelen dat er oudere en zwakkere mensen opgesloten zitten en geen bezoek mogen ontvangen.

1000-en mensen die het niet kon schelen dat door hun gedrag de horeca, de evenementensector en de podia nog wat langer dichtblijven.

Ik keek naar het plein en keek in onverschillige ogen.
Ontkennende ogen.
Zich onaantastbaar wanende ogen.
Solidariteit?
Nul komma nul.

Een mevrouw zag mij staan en kwam naar me toe.
Ze had gezien aan mijn lichaam, mijn gelaat dat er iets was.
Ook zij was in shock en wou zo snel mogelijk naar huis.
Ze snapte mijn onmacht, woede en verdriet.

1000-en mensen couldn’t care less.
Ze dronken hun cava en omhelsden elkaar.
We gingen naar huis langs een rustigere straat.
Mijn kinderen begrepen me denk ik.
Mijn dochter gaf me haar zelfgemaakte stressbal.

1000-en mensen feestten ondertussen rustig verder.

Wat gaan we hieraan doen?

(als je dat ook wil weten dan mag je delen zoals steeds)
(ps ik heb een foto genomen van wat ik zag, maar de foto kan het gevoel dat me overviel niet uitdrukken)

 

Stany crets via social media (bron De Morgen)