Ontboezemingen

Onze Voorzitter van de Onafhankelijke Republiek Overnelle (ORO) heeft het niet makkelijk in deze periode. Tenslotte moet hij vaak doortastende beslissingen alleen nemen. Niet dat iemand daarover komt klagen, zo slim zijn ze wel, maar door de toestand in de omliggende graafschappen, heerlijkheden en koninkrijken is het nog even volhouden. Langer dan verwacht.

Deze morgen riep hij Belleman bij zich om even bij te praten, de mens kan niet altijd tegen zijn Angèle zitten zagen. Het zijn warme momenten waaruit blijkt dat niets menselijks onze Doorluchtige vreemd is.

“Weet je, Belleman toen ik deze morgen voor de derde keer deze week mijn met confituur gesmeerde boterham liet vallen, viel hij voor de derde keer op de confituurkant! De wet van Murphy? Neen die van de heilige Corona! Mijn dag was al niet zo goed gestart want ons Angèle had me attent gemaakt op een zwart haar pal op mijn neus! Met het ouder worden begint er haar te groeien waar het niet thuishoort…”

Hij zuchtte even gelaten, niet direct zijn normale doen en ging verder. Het leek alsof hij mijn mening vroeg. Uitzonderlijk. “Zou jij de school sluiten Belleman?” “Neen!” antwoordde ik resoluut à la Ben Weyts.

“Waarom zouden we? Er is maar één leerling, ons Evaristje en slechts één juf en ze houden voldoende afstand. Vorige week zag ik de juf nog haar pupiter een meter verder plaatsen dan gewoonlijk, zodat hij nu op drie meter staat van Evarist zijn inktpot. Misschien moeten we wel de refter sluiten en de warme maaltijden stoppen?” ”Heb ik vorige week al beslist samen met de meerdaagse schoolreis naar Devenderp!” antwoordde de Roerganger korzelig.

Zijn problemen leken bij deze opgelost. Tijd voor pachter Petrus die al eerbiedig aan de imposante deur stond te wachten zijn klak in de hand. Hij kwam vragen hoelang de Republiek nog zijn grote stal zou nodig hebben voor de vaccinatie. “Nog zestien weken Petrus, we hebben nog 32 inwoners te injecteren, 2 per week is dus 16!” Op de vraag van de pachter of hij eventueel mocht voorsteken in de vaccinatie kwam een bulderlach. “Hier wordt niet gezeverd Petrus!” Toen ik verderging hoorde ik Petrus nog vragen ”En welke lambiek moet dat zijn Voorzitter? Jonge of oude?”

Belleman